Cache #23: Dinosaurusschreeuw

door Dirk Vis

Wekelijks wist De Internet Gids-redactie de zoekgeschiedenis en filtert de resultaten.

Bij het tennis op televisie zoomde de camera van veraf langzaam het stadion in, langs het dak en de tribunes naar het midden. Alle reclames rondom het veld waren groen met lichtgrijze tekst. Er hing een mensgroot horloge. De lichtgrijze leeuw van een automerk hing over het groen van de balustrade. Lichtgrijze krokodilletjes van een kledingfabrikant lagen sluimerend tegen de groene achtergrond aan de rand van het veld. Ballenjongens schoten als zwarte springbokjes over het veld. De tennissters droegen roze sportpakjes. Een roze hoofdband, een roze rokje, een pakje met roze panterprint. De camera zoomde helemaal in tot de hand om het tennisracket.

Wie er wint of voor staat maakt me niets uit. Toch is het spannend. Na iedere slag een gilletje, een plof, een zucht, een plof, een kreun. De ene tennisster klinkt als een kalkoen, de andere als, nou ja, ruig. Die kreuntjes van tennissters, wie schreef daar ook alweer over. Julio Cortázar in Blow Up? Waarin twee tennisspelers een match mimen zonder bal of rackets. Of zat die scene alleen in de film?

Terwijl ik mijn bureau opruim geven de kreunende tennissters alles een seksuele lading. Ik kijk weer naar het scherm. Een van de tennnisters heeft zich teruggevochten en in de replay zie ik niet haar winnende volley, maar haar reactie op het besef dat ze heeft gewonnen. In superslowmotion. Van gracieuze gazelle verandert ze supervertraagd met gespannen nek voor heel even in een brullende dinosaurus.

Toen Cortázar tennis zag, was zulke superslowmotion er nog niet. Het geluid moet voor hem wel het sterkste gewerkt hebben, maar de beelden had hij vast ook gewaardeerd. In de dinosaurusschreeuw zit de overwinning van de ene tennisster op de andere, maar er zit ook een glimp in van een andere triomf: De overwinning van homo sapiens op de dieren, de gazelles, de leeuwen die duizenden jaren geleden door Frankrijk trokken, de krokodilletjes die nog veel langer geleden in Engeland in de modder lagen en, natuurlijk – ook al hoefden we er niks voor te doen – op de dinosaurussen. Nogal wat overwinningen inderdaad. Maar er zijn telkens nieuwe toernooien.