Buitengewoon vreemd




buitengewoon vreemd de gedachten over het lichaam die in mij opkwamen toen ik mijzelf uitkleedde voor de spiegel en me voorstelde dat ik geen man meer was maar een vrouw van twintig met een prijzenswaardig lichaam met vormen van veldbloemen en wijnglazen, een mond, vol, dik, en een tong waar uit de poriën honing druipt, ik, nu een zoet beest en schoon, ongenaakbaar en steeds mooier mijn borsten, mijn billen, en jonger het vel over botten boordevol lijmstof getrokken, rekbare spierpartijen, vlees en vet zoals de lammeren vet hebben, ogen steeds groter en natter, haren langer, voller, meer slag en veerkracht, draait dit lijf een kwartslag, knijpt billen samen, een blik schiet langs de opgetrokken schouder, rond en zacht, veert dit wellustig wezen op en daar veren de jonge uitwassen mee en trillen mee, die o zo gewelddadige vormen waaraan alle pasgeborenen zich laven en bij in slaap vallen en altijd in slaap willen blijven vallen, in een diepe, troostende, zuigende slaap vallen en tuimelen en buitelen, de aangename jeuk in de onderbuik met dat diepe naveltje en het grote, onaangeroerde geheim


...


vreemd dus, dat nieuwe lichaam en vreemder de afgunst jegens het oudere, meer vertrouwde lijf van een jonge jongen, met harde, puntige hoeken en botten vol kalk, stramme spieren, zwarte, harde haren, stoppels, gekartelde nagels en knoestige tenen, een vieze navel, en vuige, woeste ogen die gulzig verkrachtingen en brandende gebouwen opzuipen en er graag opgerakelde gedachten van vormen, heel graag, zevenenzeventig keer per dag speelt er een verderfelijk strijdtoneel in dat vervuilde oerbrein, en boven alles; dat zwellende vlees tussen de benen dat telkens van grootte verandert en eenmaal vol met bloed moet worden geslagen en mishandeld en wil mishandelen en wil slaan en penetreren, dit grimmig beest met de tekening van een kwaadaardig wezen op de borst, een knalharde schedel waaruit een gewei groeit en krult en het lichaam vangt als klimop



Op dinsdag 31 januari verschijnt Een kogelvrije zomer, de derde dichtbundel van Martijn den Ouden. Klik hier voor meer informatie.