&2023

Poëzie (& ingesproken) / 29.10.23

Droogte

Yasmin Namavar


شیراز

de aarde zucht en keert haar schouder
zes doden vijf begrafenissen en geen enkele erfenis
wel satijnen sjaals, een zakje pashmak, mijn vaders lege koffer

op de luchthaven zingt een man: oh vijand als u van steen bent, ben ik van ijzer
ik kijk de man aan, maar hij ziet mij niet
hij ziet mij niet

ik zoek in het doolhof van ziekenhuizen, doden, sinaasappelbomen, cipressen
naar metaal, korstjes op mijn scheenbeen, kleine splinters week ik los van mijn voeten
vlokt de grond roest

de wangen van een kind een warme kaars wasemen karamel en papaver
niemand van steen, niemand die mij ruikt, mijn huid suikerwit in de zon
de open koffer een gapende wond

ik weet om te rouwen is liefde niet vereist hooguit nostalgie
onder een meedogenloze lucht kraken mijn tanden, aarde
zonder lichaam

tussen mijn ribben zijn inborst, onder mijn zolen ijzerrode grond van pistache
onder de schil van de noot
het groenroze zachte van mijn binnenste.




het VU ziekenhuis


dit is het bed van mijn vader
dit is geen rouwadvertentie
dit is geen handleiding voor afscheid
dit is mijn vader

je hoort het ritme
machinaal ademen
je hoort piepjes waarschuwen voor een lege zak zout
iedere ademhaling is er eentje minder

je leeft vanwege je heart beat, lijnen op een monitor
de toekomst is een lijn
een groene horizon

ik spiegel purper roze cyaan zeep, glans van me af
het geel van mijn hersenen heet grijze stof
met mijn longen mijn veren wervels, ben ik te licht

de dood kijkt om
 je draagt slippers vandaag
 er ligt hier linoleum
 zie jij ergens gras

ik richt mijn blik op het plafond
was de handen eerst met water
dertig seconden detergent
het onderlaken nat

blijf
voor een hoofd op een kussen
steenkoud hoofd

dit is het bed van mijn vader
dit is geen handleiding voor afscheid.

باغ

de ochtend rijst, de fontein trilt in de ogen van arabesken
een kind klimt uit zijn spel
bloot in de schaduw van bomen

in hem groeit een aronskelk, kokoswit
het gif zit in de bloem
kop gehoorzaam trots richting zon

langs het bassin marcheren werkers en soldaten vastberaden
het kind rent, de kelk sluit zijn ongeschonden gezicht
insecten in zijn hart

hij zweet, slaapt een dag en een nacht
ontwaakt als de kelk valt op hongerig zand
uit de bloem kruipen termieten, kleverig warm
van zingende lente zonnedorst

niet opgewassen tegen zijn voetstappen
verlaat mijn vader de tuin
in de vallei rijpt een kind in de starende zon.




Zee in een karaf

I.

paarden slapen, mannen fluisteren bij dovend vuur
een schuimroze kind met purperen lippen brult landinwaarts uit zijn kersverse moeder
een mossel nog vast aan zijn schelp

een lege kraan een lege karaf, de vrouw sprenkelt rozenwater
wast vernix van zijn puntige kruin, knipt de navelstreng in
tussen de heuvels van zijn kin gloort een pad
daarachter zee met helrode gloed, vult de karaf met messcherp water

water dat magen splitst, tongen vilt, slokdarmen jast
van binnen
zijn we nog steeds zeevruchten.

II.
het oppervlak rimpelt
buiten metselen we huizen van kalk, keien
bouwen dijken en boten, bakken potten en broden
we zingen in havens, liggen languit op de pier

we geloven de zee niet en haar ogen
groen zwart troebel
we vrezen de stroming in het donker als we varen

onder een opake lucht aarzelt het water
we zingen als cicaden, herten, patrijzen
we openen en sluiten, we trillen in de klei.

III.
aan de kust pendelt het tij tussen weggaan en blijven
nonnetjes kokkels gapers wezenloos in zand

tussen wolkendek en noordzee knielt de zon, strekt de maan haar armen uit
in een man klotst het kind
duinen verankerd achter hem

op alle andere plekken
in het bos, in de bergen, op de heide, in de kuilen van zijn kussen
zijn man en kind gescheiden als dorst en water

paarden slapen, mannen slapen
zeevruchten sissen.

Yasmin Namavar schrijft poëzie en proza. Ze publiceerde eerder o.a. in Tirade, De Gids en Samplekanon. Ze behaalde in 2022 de finale van de El-Hizjra literatuurprijs, categorie poëzie. Yasmin werkt als psychiater in Amsterdam.


Meer van deze auteur